Spring naar inhoud

De ontmoeting

april 5, 2018

2018-02-02-PHOTO-00000069Een ontmoeting op een rustige ochtend aan de Potgieterskade in Haarlem-Zuid.

Zonnestralen schijnen door de ramen de keuken van het grote saaie gebouw in. Alleen voor personeel staat op een briefje dat boven het aanrecht hangt. Kopjes afwassen graag, er naast. Ik berg mijn fietssleutels op en kijk op de klok. Nog vijf minuten voordat mijn les begint. In de keuken staan Samer en Mahdi, respectievelijk 30 en 63 jaar.  Ze praten met een schoonmaker. Hij begint net aan zijn dienst en trekt zijn kar, volgeladen met schoonmaakmiddelen, een mop en een emmer water, het magazijn uit. Van deze drie mannen straalt niets dan enthousiasme af. Ze willen dolgraag het gesprek aangaan, en doen daar hun uiterste best voor. Ze spreken alleen een andere taal.

Samer en Mahdi uit Aleppo. Een jonge en een oude vader uit hetzelfde land. Uit het verscheurde land waar al zeven jaar oorlog is. Waar ze dingen gezien hebben die het daglicht niet kunnen verdragen. Waar velen om hen heen al overleden in de oorlog; broers, zussen, vaders, moeders. Door bommen, instortende gebouwen en granaten. Waar blijven geen optie was. De schoonmaker een geboren Haarlemmer, die plezier heeft in zijn werk.

Ik zie de slachtoffers uit het nieuws nu in het echt. De schreeuwende, wegvluchtende mensen, de vrouwen met hoofddoeken. Huisraad en kinderen op hun arm. De getraumatiseerde kinderen, ik zie ze nu in de klas voor me zitten. Met oorbelletjes, strikjes en kraagjes.   Omdat praten over hulp zo weinig toevoegt, rapporten over misstanden in de prullenbak verdwijnen en seksschandalen door medewerkers van NGO’s in vele geteisterde landen de boventoon voeren in het debat. Daarom geef ik nu Nederlandse taal- en cultuurles aan deze mensen, draag ik direct iets bij aan hun inburgering in een veilig en rijk land als Nederland.

Tijdens iedere les lieten ze hun jas aan, de volwassenen. Te koud. Dezelfde schoenen, dezelfde sokken, dezelfde tassen. Iedere les weer. Het grote blauwe lesboek, het schrift. Het mobieltje. Een grote lach op de gezichten. De dankbaarheid voor ons Nederlanders. De filmpjes die ze me laten zien, van wat zij grappige humor vinden, van een gitaaroptreden van Mahdi, van hun lievelingsgerechten, de verjaardag van de stokoude moeder in Aleppo. „Ik vind het hier gezellig, ik wil hier blijven”.

Nu praten ze met de schoonmaker. Hij was zo aardig hen een vraag te stellen. Uit interesse in de twee mannen. „Waar komen jullie precies vandaan? Spreken ze daar verschillende dialecten? Hoe vinden jullie Nederland?. Koud hè, en ja het is al maart en de zon scheen nog maar amper.” Ze begrijpen niet veel van elkaar maar de intentie is er. Om contact te maken, om deze totaal verschillende werelden wat dichter naar elkaar toe te brengen. De hoogopgeleide Syriers snakken naar een leven als schoonmaker of schilder. Zodat ze een nieuw bestaan kunnen opbouwen en niet meer zo afhankelijk zijn.

Ze leren over de Nederlandse openingstijden, over de huisarts en over het postkantoor. Ondertussen komt Wala aan. Dikke wallen onder haar ogen. Ze kijkt bedroeft. Het meestal zo vrolijke meisje zit vandaag diep in de put.  „Gaat het goed met je?”, vraag ik. Ze kijkt me schuin aan, loopt het liefste meteen door. Wanneer ik stil sta en naar haar kijk antwoordt ze: „Een beetje. Een beetje weet ik niet. Ik beetje huilen”. Ik krijg een brok in mijn keel en drink in de keuken een groot glas water leeg voor de les begint. Ik leef met haar mee maar ben ook blij. Blij dat ik iets kan doen, ze onze taal kan leren die ze moeten leren. Hen kan vertellen over dit gekke land, waar alles anders werkt dan wat ze gewend waren. Brieven met ze kan lezen van de Belastingdienst, de SVB, de Gemeente. Merk dat ik van ze ga houden.

Advertenties

Lekker slenteren-Zanzibar 2018

februari 14, 2018

Zanzibar Jambiani 2018

En zo kwam ik weer in Afrika.

Puur toeval, of bespeling van het lot. Afgedwongen of door omstandigheden. Het maakte niet uit. Ik nam een groot glas wijn en een slaappil op Schiphol, vlak voor het boarden, zodat die nare gedachten over wat er allemaal zou kunnen gebeuren verdwenen. Drie kinderen in Nederland, wij in het vliegtuig. Het ging goed, natuurlijk. Nog geen tien uur later stond daar Musa, strooien hoed, a la Museveni, met zijn gammele taxi. Grote lach op zijn gezicht. En terwijl de stewardessen van Kenyan hun rondje Nairobi-Kilimanjaro-Zanzibar-Dar es Salaam-Nairobi vervolgden, voegden wij ons in de rij met het gele koorts boekje in de aanslag en onze gepaste dollars voor het visum.

Afrika, wat had ik je gemist.

Terwijl zijn auto de weg op hobbelde, onderdelen vielen er her en der af, kletste Musa honderduit. Over de toeristen op Zanzibar, de wegen, de politiek. Als een film trok het Afrikaanse leven weer aan me voorbij. De tijd had gelukkig stil gestaan. Plotseling trapte hij vol op de rem. Nu hing hij uit het raam. Bananen en litchi te koop! De vieze muntjes vielen dankbaar in de handen van de fruitverkoopster. Hij gaf alles aan ons. Meteen heb ik het gevoel dat ik leef. Dat we er toe doen. Door dat ene gebaar, van die bananen en die prachtige rode litchi. Later, bij het afscheid, kon ik hem gelukkig bedanken met Hollandse snoepkrijtjes. Hij stikte er zowat in, maar kon mijn tegen geste waarderen. Vrolijk keerde hij terug naar de luchthaven, zijn auto in een stofwolk verdwijnend.

’s Avonds met je voetjes in het zand verse tonijn eten, terwijl de sterren aan de hemel staan. De wind die over het eiland waait maar nooit koud aanvoelt. Het geroezemoes. Hoe zou je je ontbijt willen? Het praatje met de Frans-Belgische eigenaren die voorgoed met twee jonge kinderen naar dit eiland kwamen. Haar huid is doorbakken bruin, gespierd, ze bouwden alles hier zelf op.

Het kite surf paradijs Paje, waar de Nederlandse eigenaar ons om 16.50 uur geen koffie meer wil serveren. Ook niet als we vertellen twee uur lang speciaal hier naar toe te hebben gelopen voor zijn koffie. Het jongetje in zee dat achter een weggedreven plank van een toerist aan zwemt. Hij geeft hem trots terug, de toerist bedankt hem niet eens. Het is drukker geworden op Zanzibar. Russen, Kroaten, ze hebben het eiland ontdekt. Ik zoek naar schelpen in het zand, stenen voor thuis. We joggen in alle vroegte langs de zee en eten op een dakterras waar we twaalf jaar geleden met Lara in mijn buik ook aten, uitkijkend over Stone Town en luisterend naar lokale muziek. Om ons heen alle nationaliteiten van de wereld.

Ik slenter overdag uren door de steegjes, langs de winkeltjes van de creatieve Italianen, Indiers, Zanzibari. Onderhandel over souvenirs. Drink koffie in Stone Towns oudste koffiehuis, maak foto’s in de gerenoveerde Old Dispensary. Foto’s van alles. In de rij voor de boottickets, op de markt, die mannen daar bij elkaar, op zoek naar handel op het strand. De geuren, kon ik de geuren maar vastleggen. Kruidnagel, kaneel, cardemon. Voor altijd op mijn kussen.

Ik bezoek een kliniek waar honderden baby’s gezond ter wereld kwamen, zo net nog eentje. Tochtige zalen zonder privacy, zonder second opinions en gaarkeukens. Zonder goede apparatuur, gemotiveerd personeel. Wat zou jij doen als er geen toezicht was, geen middelen, geen geld? Een verpleger in opleiding sloft langs met een baby in zijn armen, nog geen uur oud schat ik. Ik smelt, maar tegelijkertijd ben ik droevig; wat is de toekomst van deze baby op dit eiland? Iedere mama krijgt er gemiddeld vijf.

Ik smeer mijn verbrande schouders in met after sun. Mijn enige zorg in mijn paradijs. Buiten vegen de vrouwen hun stoepje schoon. Kinderen zitten voor hun mooie houten deur. Het gebed in de moskee begint. Overal vandaan stormen mannen en jongetjes naar binnen. Hun witte gewaden waaien op door de wind. Een fietser met overmoed ramt een pilaar. Hij knalt nu met zijn hoofd op de harde grond. Ik durf niet om te kijken. Hoor hoe hij het ongeluk uit schaamte weg lacht. Meerdere toeristen hebben zich om hem heen verzameld. Hij raapt zichzelf en zijn toch al krakkemikkige fiets op en gaat snel verder. Een spaak blijft achter.

Wat had ik je gemist Afrika.

Extremen

december 18, 2017

IMG_3035

 

Ik haat dit land, ik hou van dit land.

Zijn mooie blauwe luchten, 

het geruis van zijn palmtakken.

Altijd mensen op straat,

Hand in hand, op weg naar niets. 

 

Ik haat dit land, ik hou van dit land.

Bergen afval langs de weg, het kan niemand iets schelen,

Het vormt een zachte plek, om op te slapen. 

 

Ik haat dit land, ik hou van dit land.

Waar alles wordt gemaakt terwijl je wacht,

En de prijs is wat je kan missen.

Waar problemen zo groot zijn als je ze zelf maakt.

 

Ik haat dit land, ik hou van dit land,

Waar het zwembadwater blauwer is dan blauw.

En de heupen van de vrouwen wiegen op de muziek,

Die altijd op de achtergrond klinkt.

 

Altijd kinderen op straat,

Met gescheurde kleren.

Ze wijzen ons na en lachen ons uit,

Met glinstering in hun ogen.

 

Ik haat dit land, ik hou van dit land.

 

Merel Anten

Wanneer terug in Nederland…

september 28, 2017

IMG_3523

 

Oh mijn lieve Nederland, ik ben wel gek op Afrika, maar dat komt ook omdat jij altijd op me wacht.

En me nooit teleur stelt. Jouw sappige weides en kleurige bollenvelden. Jouw lieve schaapjes en mooie dijken. Jouw directe verkoopsters en koude wind. Nederland, je bent wat je ziet. Het is niet verrassend, niet spannend, zelfs grauw, maar je bent jezelf. Gewoon Nederland.

In een zomernacht, onlangs, verwisselden wij ons leven in Afrika voor Nederland. Het ene moment aten we curry met uitzicht op het Lake Victoria. De kinderen namen grote hamburgers en verse smoothies. Een afscheidsdiner, maar we beseften het zo niet.

Of eigenlijk, ik wilde het niet beseffen. Voor de kinderen deed ik maar alsof het doodnormaal was. We gaan weer terug naar ons geboorteland. Het wordt weer zoals het altijd was. Maar vooral voor onze jongste was Oeganda haar basis, haar thuis. Nooit had ze een trein zien rijden zoals in Nederland treinen rijden. Nooit had ze een brievenbus gezien, nooit een vaatwasmachine. Nooit een fatsoenlijke stoep om op te lopen.

Onderweg naar Entebbe’s luchthaven speelden we spelletje palmbomen en mangobomen tellen. Ik wilde er licht over doen. Over ons vertrek uit Afrika. In het restaurant zagen we vrienden. Onze trouwe driver Emma aan de andere kant van de zaal bestelde rijst met bonen. Hij had ons drie jaar geleden ook opgehaald van het vliegtuig. Zoveel kleuren mensen om ons heen, zoveel energie.

Van hier naar Schiphol, een groter contrast bestaat niet. Ik mis het geroezemoes, de vriendelijkheid. De lieve mensen die je altijd op pad kunt sturen, als er maar handel is. Het van dag tot dag leven-gevoel, omdat je niet weet hoeveel dagen er nog komen.

Weer terug. Wat als eerste opvalt:

1. De zakelijke persoonlijkheid. Mensen kijken elkaar alleen aan als ze iets van elkaar willen;

2. Hoeveel je tegelijk kunt regelen, en het gaat nog goed ook. Terwijl je bijvoorbeeld wacht op je 10 koffers op Schiphol, wissel je geld en koop je een treinkaartje (voor een trein die ook echt op tijd en naar de juiste bestemming rijdt);

3. Hoe gelijkmatig de wegen zijn en hoe ongelooflijk veel verkeersborden. Dit is echt een Westers talent waar je over dient te beschikken; zoveel keuzes op de snelweg en dan de juiste kiezen (en niet rijden op aanwijzingen als mangobomen, muurschilderingen en winkels);

4. Hoeveel niet mag, bijvoorbeeld bij de kinderboerderij (zie afbeelding);

5. Hoeveel is gedigitaliseerd en hoe ingewikkeld dat soms is (inchecken bij een natuurcamping op Terschelling, pinnen: -je pas ervoor erboven eronder of ernaast houden?-, je adres wijzigen bij de Gemeente etc. etc.);

6. Dat het ’s avonds muisstil is in je straat;

7. Dat je online alles, maar ook echt alles kunt vinden en bestellen en dat het dan ook nog heel snel wordt geleverd;

8. Dat sommigen denken dat Nederland het middelpunt van de wereld is;

9. En niet door hebben dat er heus heel veel gebeurt buiten Nederland, misschien wel meer zelfs;

10. Dat zo weinig mensen gordijnen hebben;

11. Dat iedereen doet alsof ie het zo druk heeft;

12. Maar dat ondertussen alle ouders tijd hebben met hun kinderen naar zwemles, pianoles, voetbal en balletles te gaan;

13. Dat iedereen opeens een ‚bakkerskast’ moet hebben;

14. Dat de dienstverlening zo belabberd slecht is. Eigenlijk dat mensen die een dienstverlenend beroep uitoefenen, er geen plezier in lijken te hebben;

15. Hoe veel er in beperkingen wordt gedacht in plaats van in mogelijkheden;

16. Hoe zeer je wordt gedwongen in een bepaald stramien te passen. Pas je daarin dan is het goed, als niet, heb je een probleem;

17. Dat alle meisjes er hetzelfde uit zien;

18. Net als hun kamers.

19. Hoe druk kinderen in het algemeen zijn;

20. Hoe veel scheldwoorden ze gebruiken;

21. Hoe brutaal ze zijn tegen ouderen;

22. Hoe veel vrijheid ze hebben (alles op de fiets, alleen naar de bakker etc.);

23. Hoe makkelijk we weer in alles mee gaan, in het maanden vooruit plannen bijvoorbeeld.

Hoe lang?

juli 24, 2017

0F4A0848

Hoe lang nog gaat dit duren?

Hoe lang zie ik de fruitstalletjes nog voor me,

Wanneer maken de beelden van de wegen met gaten en hobbels plaats voor lang saai asfalt?

De big mama’s die naar me roepen:

Koop je passionfruit vandaag alsjeblieft bij mij!

 

Hoe lang nog heb ik de smaak van verse mango in mijn mond?

Wanneer wordt dat weer die van aardbeien, haring en hagelslag?

Hoe lang nog zie ik de mensen lopen langs de weg, hand in hand, altijd lachend en groetend?

 

Hoe lang nog ruik ik de vieze files en zie ik de verkeerspolitie voor me in witte pakken?

Wanneer wordt dat vervangen door dennenbossen, eekhoorntjes en verkeersbonnen bij de post?

 

Hoe lang zie ik de Nijl nog in mijn dromen?

Kronkelend langs palmbomen, en velden vol rijst.

De vissers die voor dag en dauw hun netten uitslaan.

Wanneer wordt dat de Noordzee waar een zeehondje af en toe haar kop laat zien?

 

Wanneer lopen de kinderen niet meer op blote voeten naar buiten,

Maar met laarzen het bos in,

Hoe lang nog

Duren hun verhalen over Oeganda,

Over hun juffen en hun vrienden daar?

 

Wanneer zijn we weer gewend aan binnen eten,

Binnen spelen

Binnen slapen

In plaats van onder een sterrenhemel

Naast een kampvuur en een waker die ons beschermt tegen de wilde dieren.

 

Hoe lang nog zie ik hun lachende gezichten, hun gespierde lichamen, hun witte tanden?

Hoe lang nog voel ik de Afrikaanse zon in mijn huid?

 

En terwijl ik hier over nadenk

Stromen de tranen over mijn wangen.

We vertrokken uit Afrika.

 

De lieve lach van Ramadan,

Nog een keer zwaaiend naar de kinderen terwijl we de poort uit rijden.

Hoe lang nog?

Met al je eigenaardigheden, ik ga je zo missen Oeganda

juni 8, 2017

img_2643-e1496944575916.jpg

Ik ga je zo missen.

Vrouwen die op het werk hun pasgeboren baby’s aan de borst hebben. Die ze vervolgens wassen in een teil en rustig in een hoekje op een kleed laten slapen. Die hun kinderen namen geven als Peace, Justice en Blessing.

Bewakers op school die ook mango’s verkopen. Onze Ramadan die de auto’s wast op onze parkeerplaats, samen met Rosalie. Het blije gezicht van Robert, onze night guard als ik hem ’s avonds onze restjes eten geef. Het wandelen aan het einde van de dag met Lara in onze buurt. Zoveel geroezemoes, kinderen die met kapotte rugzakken, op blote voeten, van school naar huis lopen. Altijd lachend. De ondergaande zon die ruimte maakt voor de muziek. Overal die muziek.

Het rijden over de slingerwegen van Kololo, op weg naar een marktje van weer een expat vrouw die haar creativiteit tentoonstelt. Manden, tassen, zelfgemaakte sieraden; alles uitgestald in haar tuin hoog op een berg. De moeders van school waarmee je daar geniet van verse quiche, rode bieten sap en zelfgemaakt kiwi ijs. De uitzichten vanuit de huizen van onze vrienden, op de heuvels van Kampala, op het Lake Victoria.

Het varen over de Nijl, waar de watervallen en zoveel soorten vogels de dienst uit maken. Waar vissers urenlang op hun bootje dobberen, hun netten in het water geworpen, hopend op een enkel visje voor het avondeten. Hun lekke en versleten bootjes, die ze soms met man en macht uit de stroming moeten houden. De stroming waar de Amerikaanse toeristen juist voor komen.

De tolerantie in het verkeer. Het natuurlijke ritsen. Ik laat jou voor, een ander laat mij er met plezier tussen. Het basketballen op school met Teacher Ronnie, die zoveel natuurlijk gezag uitstraalt en de kinderen leert dat respect voor elkaar en de docenten absolute prioriteit heeft. De 12 nationaliteiten in de klas van Boaz. De lieve Chinese Sun die een arm om Rosalie heen slaat en zegt dat alles goed komt als ik haar ’s morgens op school verdrietig achterlaat.

Een paar keer per week onder een blauwe lucht, omringd door palmbomen, baantjes trekken. De Oegandezen voor hun huisjes, altijd druk met het voorbereiden van eten, wassen, en vegen.

De galeries waar ik mijn posters in heb laten lijsten. Waar ze maar niet begrepen dat ik juist een oude, gerecycelde lijst wilde. Die ene souvenir winkel waar alle blanken dezelfde cadeautjes kopen, net als die ene ijswinkel, waar heel rijk Bugolobi yoghurt ijs eet.

De trips de stad uit, naar het bos om over de boomtoppen te klimmen, langs het meer of naar het wildpark. Iemand die je de weg probeert uit te leggen; up theeeeere!!!, wijzend naar de plek ergens ‘daarachter’, totaal onduidelijk.

Tennissen met een paar grappige Engelsen op donderdag ochtend. Verbranden terwijl je dacht dat dat na drie jaar niet meer zou gebeuren. In de supermarkt een uur wachten voor de kassa omdat iemand voor jou wil pinnen. In een land waar alles nog steeds cash betaald wordt. De etentjes met vrienden op de terrassen van restaurants, altijd oppas beschikbaar, altijd betaalbaar parkeren in de stad. De serveersters moeten uitleggen wat er op de kaart staat. Op de boda achterop, de wind in je haren voelen.

Ik ga je zo missen.

Onze diverse vrienden, wereldburgers, vanuit alle hoeken en gaten hier terecht gekomen. Voor de olie, voor het toerisme, de internationale betrekkingen, of voor de liefde. Het maakt allemaal niet uit. Oeganda is wat ons met elkaar verbindt. Voor altijd.

8 juni 2017

Cause we’re f*ing black

mei 16, 2017

IMG_2753

Kampala, vrijdagmorgen, 08.15uur.

Een zwembad in Kampala. De wind maakt kleine golfjes in het water.

Palmtakken werpen hun schaduw af op de grond. Rode kussens bedekken de ligstoelen. Drie fraai geklede serveersters wachten met een dienblad bij de bar. Een grote Marabu kijkt op ons neer vanaf het dak. Oegandezen haasten zich naar hun workshop in de nabij gelegen event space. Hun nette pakken glimmen in de zon. De nieuwe bedrijfsmanager begroet ons vriendelijk.

Op weg naar de receptie zie ik drie mensen liggen in het water. Twee mannen en een vrouw. Ze drinken bier. Zij is half naakt. Een voor een pakken de mannen de vrouw vast en laten haar zweven in het water. Ik denk aan de film Moonlight waar Juan de Little Chiron ook zo aandoenlijk leert zwemmen. Maar zo lieflijk is dit niet. Ze schreeuwen en zijn dronken, uitgelaten.

We krijgen na registratie ons polsbandje en een grote blauwe handdoek. De normaal zo vredige zwemochtend dreigt in het water te vallen. Terwijl ik via de trap het water afdaal, zie ik hun kleren slordig op de grond liggen. Daarnaast telefoons en sieraden. Alsof ze zo uit de kroeg het water in zijn gedoken.

Terwijl ik rustig mijn baantjes trek, proberen ze contact te maken. Ze willen aandacht, dat is wel duidelijk. Ik vraag waar ze vandaan komen, want ze lijken mij geen Oegandezen. Die zijn doorgaans ingetogen, drinken niet in de ochtend. Ze komen ‘uit de stad’ zeggen ze. De ogen van de vrouw rollen bijna uit haar kassen. Ze beweegt zich in het water, zwemmen kan ze niet, van de ene naar de andere dronkaard.

Na een kort gesprek dat op niets uitloopt, de een wil ook zo’n zonnebril als ik heb, ik verwijs ze daarvoor naar de stad, ze zeggen dat dat nu te ver is, wordt de lifeguard er door de bedrijfsmanager op af gestuurd. Hij vraagt of ze de bieren in ieder geval op een tafeltje willen zetten, in plaats van direct naast het zwembad op de grond. En dat drinken in het zwembad niet geoorloofd is. Maar ze horen het niet, hij wordt genegeerd. Ik schaam me voor deze mensen. Kan het niet aan zien hoe deze lifeguard tevergeefs probeert dit netjes op te lossen.

Als hij wegloopt hoor ik het drietal roddelen over hem. „ Alleen maar omdat we zwart zijn, omdat we f*ing black zijn, daarom spreekt hij ons aan. Het is zo oneerlijk, hadden we maar een andere kleur, dan was dit nooit gebeurd”. Verbluft ga ik nog sneller baantjes trekken. Dit is echt de wereld op z’n kop. En dan komen er zo ook nog schoolkinderen zwemmen.

Wanneer we een tijdje later het zwembad willen verlaten, staat de Indische bedrijfsmanager ons al op te wachten. „Ik hoop dat u het goed heeft gehad, sorry voor het ongemak deze morgen” , zegt hij, met een schuin oog doelend op het drietal. „Succes ermee” , zeg ik. Wanneer ik nog een keer achterom kijk, zie ik een van de dronkaards liggend naast het zwembad uitvoerig naar me zwaaien. Er staan inmiddels twee andere personeelsleden bij. De flessen bier staan nu op tafel.